Ik moet bekennen dat ik de afgelopen weken wel eens dacht: we hebben een aardbeving nodig. Niet te zwaar en niet te licht, maar wel met landelijke uitstraling. Een rare gedachte misschien, want ik heb mijn buik vol van aardbevingen. Maar waar ik een nog grotere hekel aan heb, is als er mooi weer wordt gespeeld over onze hoofden heen. Wiebes die zegt dat het hier veiliger wordt, doordat er een ‘plan voor afbouw’ van de gaswinning ligt. Aan een plan heb je pas iets als het uitgevoerd wordt.
“Het is helaas niet uit te sluiten dat de seismiciteit in Groningen escaleert ………” schrijft het SodM gisteren nog in een brief aan de regering. De Groninger bodem onderstreept dit, daar was ie dan, een aardbeving die het grote nieuws haalt, o.a. bij de NOS, de NRC, de Telegraaf, op Nu.nl.
Voor de duidelijkheid, een aardbeving meemaken is niet leuk. Maar wat moet dat moet. Hier was een statement nodig, een statement van de Groningse aarde. De grond is na vijftig jaar gaswinning zo instabiel als een drilpudding en zo gevaarlijk als drijfzand.
Tot nu toe komt Wiebes niet verder dan ‘plannen’ maken, terwijl onze huizen en onze levens krakend en kreunend instorten. Daarom was wat mij betreft deze aardbeving welkom. Schudt Wiebes maar wakker, want hij woont hier ook, mentaal gezien dan.
En dat dan vervolgens Wiebes zegt dat je huis misschien, waarschijnlijk, vrijwel zeker toch niet veiliger gemaakt gaat worden. Want de gaswinning gaat naar beneden (wanneer?) en daardoor wordt je huis vanzelf veiliger (herstellen scheuren zichzelf?).
Wiebes roept dus maar wat en hij doet dat niet voor niets. Hij probeert ons in slaap te sussen: “Jullie veiligheid staat voor ons voorop en daarom gaat de gaswinning naar nul”, en hoopt dat we dat voor zoete koek slikken. Hij vergeet voor het gemak dat er nog duizenden onafgehandelde schades zijn en evenzovele wanhopige Groningers. En hij vergeet dat we al jarenlang ervaring hebben met mooie praatjes, smoezen, gladstrijkers, kraaltjes, spiegeltjes en wipkippen. De Rijksoverheid mag zijn kop dan in het zand steken, wij hier in het hoge Noorden doen dat niet.
