Stapelstress

“Hoe werkt de coronacrisis door in de hoofden van de bewoners in het aardbevingsgebied”.

Dat is de vraag die gedragspsycholoog Tom Postmes stelt in een nieuw onderzoek naar de psychosociale gevolgen van de gaswinning. Ik doe niet mee met het onderzoek, maar ik wil wel vertellen wat er in míjn hoofd gebeurt. Als ervaringsdeskundige op het gebied van aardbevingsstress, behorend tot de meer dan 850 adressen die al twee jaar op schadeafhandeling wachten en wonend in een huis waar het versterkingsrapport korte metten mee maakt, heb ik recht van spreken.

zen-2819215_1920 (2)U kent ze vast wel, de steenmannetjes die wandelaars maken ter oriëntatie tijdens hun tocht. Stel nou dat elke steen staat voor een jaar aardbevingsstress, dan ziet mijn steenmannetje er zo uit. Hij staat nog overeind, hij wankelt bij flinke storm, maar valt nog net niet om.

Stel je nu voor dat ik er nog een steen opleg, voor drie weken coronastress. Een vorm van stress die vele malen ontregelender is dan aardbevingsstress. Dan dondert mijn steenmannetje subiet om. Beste Tom Postmes, dit is wat er in míjn hoofd gebeurt als coronastress stapelt op aardbevingsstress.

Wiebes’ wondere werkelijkheid

live-1003646_1920Je maakt een jaarlijkse risicoanalyse en neemt daarbij een rekenmodel als uitgangspunt. Een rekenmodel van de NAM, maar dat terzijde. Je verzamelt wat gegevens en zet de computer aan het werk. De uitkomst maakt je blij: Er zijn in Groningen geen gebouwen meer met een verhoogd risico op instorting bij een zware aardbeving. Je maakt een vreugdesprongetje, want je had het al voorspeld: hoe minder gaswinning, hoe minder huizen er versterkt moeten worden.

Weer terug op aarde valt je oog op de zin: Het model berekent niet of een huis veilig is. Je baalt als een stekker, dit is niet het nieuws waarmee je in Groningen aan kunt komen, ze zien je zowiezo liever gaan dan komen. Wat nu? Je vraagt Rinske Wieman, je woordvoerder Groningen, om raad. ‘Leg de nadruk op het feit dat er geen huizen meer instorten. Dan zijn die mensen zo blij dat ze niet meer luisteren naar wat je daarna nog zegt’.

Tevreden ga je ’s avonds naar huis. Je hebt de werkelijkheid voor de zoveelste keer naar je hand gezet. Toch… meneer Wiebes?

 

 

Een gevoel van vervreemding

Gisteren, na een jaar wachten, het versterkingsadvies voor ons huis gekregen. Na een uurtje uitleg zat mijn maag in mijn keel. Een jaar wachten is erg, maar je huis tot niets meer dan een stapel stenen gereduceerd te zien, is nog veel erger. In kille constructeurstaal wordt je huis tot een ding gemaakt, ontdaan van de functie die het heeft: de plek waar je je thuis voelt, waar je thuis bent, die van jóu is, waar je je geborgen weet.

planning-3536757_1920Tijdens het gesprek overviel me een sterk gevoel van vervreemding. We hadden het over hetzelfde: ons huis, maar we verstonden elkaar niet. De constructeur had het over verdiepingsvloeren verstijven, harde isolatie, HSB-wanden en composiet strips. Ik had het over de sfeer van het huis, de afstapjes die horen bij een huis op een wierde, al het werk dat we in de verbouwing hebben gestopt en hoe mooi het geworden is.

Het versterken maakt mijn huis als ding misschien sterker, maar als bewoner verlies ik mijn thuis. Ik wil geen vreemdeling worden in mijn eigen huis. Mijn maag zit nog steeds in mijn keel.

 

 

 

 

Het stille sterven

Jaar na jaar fiets ik op weg naar het station langs een verlaten woning. De trieste uitstraling van het huis, de dichtgetimmerde ramen, de verdwenen boomgaard en de kale tuin snijden door mijn ziel. Hier hebben mensen gewoond, geleefd, gehuild, gelachen. Tot de grond begon te beven en het huis verkruimelde. Toen zijn de bewoners gevlucht.

Ik kan me nog herinneren dat het huis bewoond werd, de forsythia in het voorjaar prachtig bloeide en de bomen hun eerste groene blaadjes kregen. Hoe lang zou dat geleden zijn. Hoe lang staat het huis al stil 20200305_154320_resizedte sterven, zonder dat er iemand naar omkijkt. En hoe zou het met de bewoners zijn?

Allemaal vragen waar ik geen antwoord op heb. Wat ik wel weet, is dat het niet het enige huis is en het ook niet de enige bewoners zijn die het moede hoofd in de schoot gelegd hebben. Soms is stil sterven of vluchten te verkiezen boven eindeloos wachten op niets.

Het wordt met de dag stiller in Groningen.

Loket voor bezorgde burgers

Goed nieuws uit Groningen. Aanstaande maandag opent er een nieuw loket. Dat op zich is niets nieuws, want er wordt hier om de haverklap een loket geopend. Gesloten trouwens ook. Eigenlijk is het een komen en gaan van loketten. Waar ze voor zijn wordt vaak pas duidelijk als ze weer gesloten worden. Daar lees ik dan over in de krant en denk: ‘Ach gut, bestond dat loket dan?’

smiley-150548_1280Maar deze keer is het anders, ik weet nu al vóór de opening dat er een nieuw loket komt. Het is er dan ook niet zomaar een, neen, het is een loket voor bezorgde burgers. Het is geweldig dat dit er komt, het voldoet aan een grote behoefte, want het stikt hier van de bezorgde burgers. Eindelijk een loket waar we wat aan hebben.

Waar vind ik het eigenlijk? Ah, op de site van de Nationaal Coördinator Groningen (NCG). Wat gek, daar noemen ze het heel anders: loket opname op verzoek. Opname? Ik ben een bezorgde burger, maar ook weer niet zó bezorgd dat ik ervoor opgenomen moet worden. Wees gewaarschuwd, ga niet naar dit loket. De NCG wil kennelijk van zijn bezorgde burgers af. Nou, mooi niet. Dit loket kan maandag gelijk weer gesloten worden.