Gelijke monniken, gelijke kappen

Langzaam verdwijnt ons huis achter de steigers. Hebben de eerste twee versterkingsmaanden zich vooral binnenshuis afgespeeld, nu gaat het buitenshuize deel beginnen. Tot nu toe viel het niet op dat ons huis versterkt wordt, het zou een willekeurige verbouwing kunnen zijn. Er werd wat gesloopt, opnieuw opgebouwd, gestukt en geschilderd. Niets bijzonders kun je als toevallige voorbijganger denken.

Vanaf nu is dat anders. De steigers torenen als bomen boven het huis uit. Als Groninger weet je dan gelijk wat er aan de hand is. Het betekent dat dit huis onveilig is, niet bestand tegen een zware aardbeving. Daarom wordt het versterkt*. Het wrange is dat er veel te weinig huizen versterkt worden (en te langzaam), waardoor een heleboel mensen zich al jaren niet veilig weten in hun eigen huis.

Als protest heb ik daarom mijn aardbevingswimpel aan de steiger gehangen. Om duidelijk te maken dat ik pas blij kan zijn met mijn versterkte huis als alle onveilige huizen versterkt zijn. Gelijke monniken, gelijke kappen. Kom maar door, staatssecretaris Vijlbrief, steek de handen maar uit de mouwen.

*Toelichting:
Een versterkt huis is geen huis dat aardbevingsbestendig is. Het huis kan nog steeds schade krijgen. Een versterkt huis is een huis waarin je net genoeg tijd hebt om je huis levend te verlaten, vóórdat het instort. Of dit in de praktijk ook zo werkt, moet nog blijken.

Na het zoveelste gasdebat

Het kruipt omhoog
blijft haken, ergens
dan weer op gang

eindigend in mond,
in ogen, in neus, in hoofd
tranen, overgeven, zo kwaad

wreedheid of gerechtigheid
hersenmist, de spons vol
beeldscherm gevuld, logo’s

pratende blaatkop woordeloos
schapen uit het westen
draaien de dam op en weg.

Gedicht 041120211416 geschreven door Bart Huysman.
Uit de Dicht-bundel Geschud, Onvast Vertrouwen

Versterkingsontregeling

Sinds drie weken wonen we niet meer thuis. Na een lange aanloop (vier jaren) wordt ons huis versterkt. Het is fijn dat het nu eindelijk gebeurt en het is niet fijn dat we nu ergens anders moeten wonen. Ook al hebben we een prima vervangadres, een mooie vakantiewoning op loopafstand van ons huis. En daar boffen we mee.

Maar het rare is: zo voelt het niet. We zitten hier noodgedwongen, niet omdat we vakantie hebben, maar omdat ons huis onveilig is. Niet omdat wij dat krakkemikkig verbouwd hebben, maar omdat de jarenlange gaswinning ons huis langzaam gesloopt heeft.

We boffen ook omdat ons huis sowieso versterkt wordt. In de loterij die de versterkingsoperatie is, vielen we in de prijzen. Een heleboel mensen wachten al langer dan wij. En dat is oneerlijk.

We zouden misschien dubbelblij moeten zijn, maar dat zijn we niet. Om beurten roepen we: ik wil tussen mijn eigen spulletjes leven, op mijn eigen bank zitten, in mijn eigen bed slapen. Ik ben hier op bezoek, ik woon hier niet, ik logeer hier. Ik wil terug naar huis.

Maar we moeten nog maanden geduld hebben voor het zover is. Want de versterkingsoperatie trekt zich er niets van aan dat ons dagelijks leven zo ontregeld is.

6 x 365 nachten

Toename stress door schade en versterking in gaswinningsgebied

Van deze conclusie in het nieuwste rapport van Gronings Perspectief moet ik diep zuchten. De onderzoekers van de RUG doen goed werk, daar niet van, maar als bewoner word ik moedeloos van hun rapporten. De ene is nog somberder dan de andere en dat al sinds 2016. Dat mag ik hen natuurlijk niet aanrekenen, ze doen onderzoek en rapporteren de feiten. Dat is hun taak.

Maar die feiten zijn voor mij mijn werkelijkheid. Of het nu om de versterking of de schadeafhandeling gaat, over het aanvragen van subsidie of smartengeld, over de vergoeding van de waardedaling van mijn huis, alles levert stress op, niets gaat van een leien dakje. En dat jaar na jaar na jaar.

De rapporten van Gronings Perspectief helpen me daar niet bij. Wel om het land duidelijk te maken hoe mis het is in Groningen, maar niet om iets van mijn stress en moedeloosheid weg te nemen. Zeker niet als Gronings Perspectief onderzoekster Katherine Stroebe op RTVNoord opmerkt: ‘Dit (gedoe) is niet iets wat je in een nacht kunt veranderen’.

Wat een onhandige opmerking van iemand die al jarenlang onderzoek doet in Groningen en beter zou moeten weten. Wat een open deur. Was het maar in één nacht op te lossen geweest, dan had niemand gezondheidsproblemen gekregen als gevolg van de gaswinning. Dan hadden al die 22 rapporten niet geschreven hoeven te worden.

Als het na 6 x 365 nachten nog niet opgelost is, is er dan nog iemand die gelooft dat het wel opgelost gaat worden?

Het monstertje van Rutte

Ik heb een echt verschrikkelijke blunder gemaakt. Door mijn toedoen is er een monstertje ontstaan met extreem pijnlijke gevolgen voor Groningse gedupeerden. Ik heb de situatie totaal verkeerd ingeschat en schaam me de ogen uit de kop. Uiterst ongelukkig vind ik het, uiterst ongelukkig”*.

Premier Rutte aan het woord in de Tweede Kamer. Het monstertje waar hij het over heeft is de wachtrij “vol rollators” waar duizenden Groningers in gestaan hebben om in aanmerking te komen voor een subsidie waar van te voren al van bekend was dat er te weinig geld in de pot zat. Rutte is één van de mensen die dit wist.

Zijn conclusie over dit debacle: “Daar moeten we lessen uittrekken, om te voorkomen dat dit nog een keer gebeurt”.
En nu komt het dacht ik, nu gaat hij zeggen welke maatregelen hij gaat nemen. Nu ga ik de nieuwe bestuurscultuur zien. Een fris en fruitige Rutte die vol elan met een waanzinnig goed, onwaarschijnlijk origineel, geniaal en alle problemen in Groningen oplossend masterplan komt. Nu gaat hij…

Er valt een lange stilte in de Tweede Kamer.

Een

Lange

Stilte

Rutte: “Welke lessen dat zijn? Daar gaat staatssecretaris Vijlbrief over”.

*Citaat enigszins bewerkt door de auteur van dit blog