Ik heb deze schoffering niet aan zien komen

Met droge ogen liet Rutte ons deze week in het debat over de parlementaire enquête gaswinning weten dat onze ellende niets anders is dan nevenschade. Oftewel: niet noemenswaardig, bijzaak, peanuts, verwaarloosbaar, het verder niet over hebben. Voorop staat dat de gaswinning Nederland ongekende rijkdom heeft gebracht. Daar gaat het om in de ogen van Rutte en daar doen 1.615 aardbevingen, 267.466 schademeldingen, 11.880 onveilige en 7.289 misschien onveilige adressen en veel, heel veel Groningers met stress en gezondheidsklachten niets aan af. Ik heb deze schoffering niet aan zien komen.

Hoe diep kan een premier zinken. Hoe bestaat het dat de coalitie hem ermee weg laat komen. Hoe kan het dat politiek lijfsbehoud vóór het lijfsbehoud van burgers gaat. Ooit schreef ik dat we in Groningen vogelvrij zijn, want zo voelde het toen. Nu blijkt dat echt het geval te zijn. Wij, burgers van Nederland, doen er niet toe. En dat geldt niet alleen voor ons, Groningers, maar ook voor de mensen die bij Tata Steel wonen, ook voor de gedupeerden van de kindertoeslagaffaire, ook voor de mensen die Parkinson krijgen van landbouwgif dat nog steeds niet verboden is, ook voor…

Mijn onveilige huis. Nevenschade?

We doen er niet toe, het ging en gaat niet om ons. Hoe moeten we met deze wetenschap verder met onze gescheurde, getraumatiseerde en vergiftigde levens. Hoe moet ik verder nu al mijn slapeloze nachten, stress en lichamelijke klachten die ik gehad heb niets meer waren dan nevenschade? Verwaarloosbaar, niet meer over hebben. Maar wat Rutte kan, kan ik niet. Ik móet het erover hebben, want voor mij was het jarenlang hoofdzaak, werd mijn leven erdoor bepaald. Nu is dat gelukkig minder, maar dat is voor veel anderen nog niet het geval. Die zitten nog jaren in de ellende, want het moet nog maar blijken of die 50 maatregelen voor Groningen tot een versnelling leiden of landbouwgif eindelijk verboden wordt en wanneer Tata Steel dichtgaat.

Je eigen burgers zien als sta in de weg, wier levens je mag ruïneren, zonder dat je daarvoor afgestraft wordt. Dat is de premier waarmee we het al 13 jaar moeten doen. Wie verlost ons van deze man, wie maakt hem tot bijzaak. Wat mij betreft komt Rutte Groningen nooit meer in.

Trouwens: als er alleen sprake is van nevenschade is er dan eigenlijk nog wel sprake van een ereschuld?

Dit is echt mijn allerlaatste aardbevingsblog, ik moest dit nog even kwijt. Gelukkig heb ik nog wel een escape: als ik het echt niet meer hou kan ik uitwijken naar mijn Groningerblog. Maar alleen als ik het echt niet meer hou.

Wat ik tegen Rutte had willen zeggen

Ik had het helemaal voorbereid, mijn gesprek met Rutte. Ik ging hem overvallen tijdens het plenaire gesprek met de bewoners in aanwezigheid van de pers. Maar toen puntje bij paaltje kwam zag ik ervan af. Wat was er aan de hand?

De kabinetsreactie in Garmerwolde bleek tot op de seconde geregisseerd. Eerst plenair met R&V (lees hier Rutte en Vijlbrief), bewoners en pers. Daarna R&V met pers, zonder bewoners. Daarna R&V met bewoners, zonder pers. Het gaf een hoop gedoe. Eerst moest iedereen blijven zitten, toen weer niet, er werd eindeloos gesjouwd met stoelen om vervolgens te eindigen met een borrelachtige opstelling van statafeltjes waar je met z’n zessen aan kon hangen. Als je geluk had liep Rutte langs om een gezellig praatje te maken. Daar kwam ik niet voor.

Bij navraag bleek dat dit alles op verzoek van het ministerie was, ik neem aan dat van Rutte. Want die is wel van de verdeel en heers, en die heeft het niet zo op een zaal vol bewoners die het hem wel eens moeilijk konden maken. Eigen veiligheid eerst, zal hij gedacht hebben.

Dit is wat ik tegen Rutte had willen zeggen:

Meneer Rutte,

Als u door Den Haag fietst met een appeltje in de hand hoeft u niet bang te zijn. Als minister-president van dit land wordt u beveiligd, soms zichtbaar, vaak onzichtbaar. U mag niets overkomen, u bent altijd veilig.

Als ik op mijn fiets zit en boodschappen doe in Loppersum, ben ik dat niet. Komt er op dat moment een zware aardbeving, dan kan ik de kerktoren op mijn hoofd krijgen. Ben ik op dat moment thuis, dan ren ik in paniek mijn krakende en scheurende huis uit. Ik ben in Groningen nergens veilig.

En nu staat u hier om ons te vertellen dat het goed gaat komen. Ik geloof er niet meer in. Als historicus moet u weten dat één van de pijlers van de democratie vertrouwen in de overheid is. Dat vertrouwen heb ik hier met eigen ogen zien afbrokkelen. En dat, meneer Rutte, heeft u laten gebeuren.

En daar stel ik u verantwoordelijk voor.

Ook op beeld te zien: https://nos.nl/l/2472872

Ereplek

Ik kijk al een paar weken tegen de stapel eindrapporten van de enquêtecommissie gaswinning aan. Ik heb ze in huis om ze eens grondig te gaan bestuderen, want hier staat de waarheid over wat ons is aangedaan zwart op wit: onze belangen zijn structureel genegeerd. Als ik de stapel aan anderen laat zien zijn ze diep onder de indruk, voor eventjes, want al gauw zappen ze weg naar de orde van de dag.

Mij lukt dat niet, want deze stapel heeft de afgelopen elf jaar mijn leven beheerst, ze staat symbool voor míjn orde van de dag, míjn leven sinds augustus 2012. En het einde is nog niet in zicht, want de eerste scheuren zijn al weer verschenen in mijn versterkte huis. In mijn dorp gaat binnenkort een huis tegen de vlakte (sloop-nieuwbouw) en wordt het huis van mijn bejaarde buren herbeoordeeld. Ze waren net zo blij dat hun huis veilig was en nu moeten ze zich weer zorgen maken.

Ondertussen neem ik me dagelijks voor de rapporten te lezen en erover te schrijven, maar het lukt me niet. Ik weet precies wat erin staat, want ik heb het zelf meegemaakt. En de gevolgen draag ik dagelijks met me mee, in mijn lijf en in mijn ziel. Meer dan dit kan ik niet dragen. De rapporten krijgen, ongelezen, een ereplekje in de boekenkast. Met dank aan de enquêtecommissie die voor de eeuwigheid heeft vastgelegd: we hebben altijd gelijk gehad.

Ereschuld

Ik raak met vrienden aan de praat over het woord ‘ereschuld’. Wat is dat eigenlijk, wat wordt daarmee bedoeld? Eerst maar even vragen aan de van Dale: ereschuld is een schuld die je juridisch niet, maar moreel wel verplicht bent om te voldoen. Het is dus een schuld die je niet kunt afdwingen, hij is niet opeisbaar. Maar het is moreel wel netjes om de schuld in te lossen.

Het woord ‘ereschuld’ neemt een grote plek in in het eindrapport van de enquêtecommissie gaswinning. Dat is terecht want aan moraal heeft het jarenlang ontbroken, het gas is willens en wetens boven de Groningers gesteld in plaats van andersom.

Wij, drie Groningers, vragen ons af wanneer voor ons de ereschuld ingelost zou zijn. We staan er niet allemaal gelijk in, maar over één ding zijn we het eens: het begint voor ons bij oprechte, gemeende, berouwvolle excuses. Uitgesproken namens de politiek bij monde van Vijlbrief (absoluut niet Rutte!). Eén van ons wil ook een persoonlijke excuusbrief (‘we hebben u in de steek gelaten’) ontvangen van de burgemeester van Eemsdelta, de zwaarst getroffen gemeente.

Daarna moeten vanzelfsprekend alle aanbevelingen van de enquêtecommissie uitgevoerd worden, of die nou onder ereschuld vallen of niet. Over dat laatste valt trouwens nog wel wat te zeggen. Een andere keer.

Tenslotte: wie bepaalt of de ereschuld is ingelost? Dat zijn wij, de Groningers die gedupeerd zijn door de gaswinning. Er zal dus op een gegeven moment aan ieder van ons gevraagd moeten worden: is voor jou de ereschuld zo ingelost? Zo nee, wat is daar nog meer voor nodig?

Het had zo mooi kunnen zijn

Een historische avond zou het worden, gisteravond in de Molenberg in Delfzijl. Een avond waarin de Groninger bestuurders zouden laten zien dat ze heus wel bij machte zijn onze belangen te behartigen (zie conclusie 9 van het eindrapport ‘Groningers boven Gas’). Waarin ze hun spijt betuigen dat ze dat niet eerder hebben gedaan, dat ze beseffen dat ze ons in de steek hebben gelaten en dat ze hun stinkende best zullen doen om dat goed te maken.

Ze zouden het heft in eigen hand nemen en gaan doen wat Den Haag nalaat: vaart maken. Weg met al het juridische ge-eikel, aannemers onmiddellijk aan de slag, bewoners ontzorgen, milder, makkelijker en menselijker. Alle kosten voorschieten en de rekening indienen bij minister Kaag. De bal niet in Den Haag leggen, maar de bal in eigen handen nemen.

De aanwezige bewoners zouden juichend en huilend een staande ovatie geven. Eindelijk wordt er naar ons geluisterd, eindelijk wordt er voor ons opgekomen, eindelijk gaan al onze bestuurders om ons heen staan. De vlag kan uit.

Het liep anders. Geen reflectie op hun eigen rol, geen samenspraak met de bewoners (zie aanbeveling 11), maar een gezamenlijke VERKLARING. Jawel, een verklaring, dat is wat Groninger bestuurders verstaan onder een vuist maken. Het had een avond van hoop moeten zijn, het werd opnieuw een avond van wanhoop.

Voor wie het aandurft, de bijeenkomst is hier terug te kijken.