Gisteren om 17.20 uur was ik niet thuis. Was ik wel thuis geweest dan had ik het huis voelen bewegen en horen kraken, tot tweemaal toe. Dan was ik net zo geschrokken als huisgenoot M. die de pech had wel thuis te zijn. Ook zonder deze aardbeving zelf gevoeld te hebben, weet ik hoe het voelt. Ik heb er genoeg meegemaakt de afgelopen tien jaar.
Wat ik ook veel heb meegemaakt zijn reacties van lokale bestuurders, zoals die van burgemeester Engels van Loppersum: ‘Er is lang genoeg gewacht, er moeten nu meer daden komen. Hopelijk draagt deze aardbeving eraan bij dat de urgentie daarvan wordt gevoeld.’ En: ‘We zijn hoffelijk en fatsoenlijk in overleg, met de vuist hard op tafel slaan en roepen en schreeuwen helpt niet”.
De vraag is dan natuurlijk: wat helpt wel. Een fakkeloptocht, een petitie, met tractors naar het Binnenhof? Allemaal gedaan, niet geholpen. Brieven sturen, beleefd overleggen? Gedaan, niet geholpen. Met de vuist op tafel slaan en roepen en schreeuwen? Niet gedaan. Hé, niet gedaan! Zie ik hier een gemiste kans?
Beste burgemeester Engels, als ze het in Den Haag niet willen voelen, láát het ze dan horen. Hou op met je fatsoen. Sla met je vuist op Haagse tafels, roep, tier en schreeuw. De urgentie is nú, de crisis in Groningen is nú, de onveiligheid is nú, de moedeloosheid is nú, de uitputting is nú.
U heeft gelijk, er is lang genoeg gewacht, er moeten daden komen. Door u en uw collega-bestuurders. Nú.
Door de coronacrisis was ik bijna vergeten dat er hier ook aardbevingen zijn. De boodschap: Hou vol, blijf thuis, is lastig te combineren met ‘mijn huis is niet veilig, het zit vol scheuren‘. Mijn hoofd kan maar één crisis tegelijk aan. Daarom zitten de zorgen over mijn huis in een lockdown.
Toch een schamel resultaat na al die (nationale en internationale) rapporten, onderzoeken en aanbevelingen die over onze hoofden uitgestrooid zijn. Dus wat nu? Dat ligt eigenlijk best voor de hand: de kloof moet overbrugd worden. Of er nu een hangbrug of viaduct komt maakt me niet uit. Volstorten met het puin van onze kapotte huizen mag ook. Als hij maar gedicht wordt. Als de politiek maar over de brug komt.
Ik vertel verder en merk dat ik nog dagen lang door zou kunnen gaan. De toestand in Groningen laat zich niet in één, twee of drie uur vertellen. Nog los van het feit dat ik dat zelf niet opbreng. Ze luisteren aandachtig, stellen goede vragen, leven mee, uiten hun ongeloof en verontwaardiging. Ik wil met ze delen hoe groot het onrecht is dat ons wordt aangedaan. Omdat ze mijn familie zijn, omdat ik ze nodig heb om de lange strijd om gerechtigheid vol te houden.