Wij Groningers zijn nuchtere, praktische mensen. Hebben we een deuk in onze auto dan laten we eerst de schade repareren en pas daarna de auto overspuiten. Niet andersom. Daarom durf ik wel te beweren dat, hadden wij het hier voor het zeggen, de boel allang op orde was: onze huizen versterkt, alle schade gerepareerd, smartengeld en waardedaling uitbetaald en een goed gevuld fonds om Groningen er weer helemaal boven op te helpen.

Maar helaas. Een heleboel mensen hebben wat te zeggen over Groningen, maar wij niet. Er wordt over ons vergaderd en gedebatteerd, er worden doekjes voor het bloeden uitgedeeld (schommels voor de jongste bevingsslachtoffertjes bijvoorbeeld), er worden plannen gesmeed tot het ijzer oververhit is. En elke keer flakkert onze hoop op en elke keer weer komen we van een koude kermis thuis. En het is al zo koud in onze gescheurde huizen.
Gisteren is het Groninger Bouwakkoord getekend door een heleboel partijen, maar niet door ons. Vandaag doet Minister Ollongren beloftes aan de bewoners van alle ‘vergeten huizen’ in Appingedam. Voor wat die beloftes waard zijn. En onder onze voeten blijft de aarde gewoon zijn ding doen: een aardbeving bij Westeremden 2.0 Richter, vanmorgen om 7.30 uur. Over de aarde hebben we ook al niets te zeggen.
Update
Dit blog is op 5 september in de Volkskrant verschenen als brief van de dag. Ook de Taalstaat heeft er aandacht aan besteed (Radio 1 om 11:18:50). Aandacht is fijn, maar zeggenschap is beter.


Ik wil schrijven over hoe we gevangen zitten in een oerwoud van regels en richtlijnen, die niets meer te maken hebben met onze dagelijkse realiteit. In Groningen heerst een dictatuur van protocollen, bedacht aan Haagse tekentafels. De manier waarop er omgegaan wordt met de versterking van onze huizen is maar één voorbeeld ervan. Er zijn er nog veel en veel meer.
Ik zie het voor me: ik zit met een dorpsgenoot samen op het bankje onder de boom. Met meer mogen we er niet zitten vanwege de anderhalve meter. ‘Kon je het bankje makkelijk vinden?’ vraag ik. Ja hoor, is het antwoord, het is gelukkig goed zichtbaar. ‘Waar zullen we het over hebben?’ Nou, ik zit met de versterking in mijn maag, ik word er wanhopig van, het schiet maar niet op. ‘Bij mij ook niet’ reageer ik. En we branden allebei los.