Het licht staat op rood in Groningen

Oh, wat had ik graag goede voornemens gemaakt voor dit kakelverse jaar. Wat had ik graag onbezorgd geroepen: ik ga een wereldreis maken of een moestuin beginnen. Maakt het uit, het leven is mooi en ik heb er zin in. De zorgen zijn voor morgen, ik leef nu.

Maar jammer genoeg kon ik geen enkel voornemen bedenken. Er kwam er wel eens eentje langs, maar ik liet hem nooit binnen. Geen belangstelling, zei ik dan. Geen tijd, te drukdrukdruk.

Maar dat is niet de hele waarheid, zelfs niet de halve. De waarheid is dat ik niet onbezorgd ben, maar verscheurd. Verscheurd omdat ik niet weet of ik in mijn huis, mijn thuis, veilig ben. Overleeft mijn huis alle aardbevingen van 2017. Overleef ik de aangekondigde schok van 5.0 Richter, terwijl mijn huis nog niet versterkt is. Overleeft mijn geliefde het? En mijn dieren? En mijn buren?
traffic-lights-242323__340

Ik weet het niet. Niemand weet het, dus hoe kan ik het dan weten. Niemand weet het, maar de gaswinning gaat ondertussen door. Bij twijfel niet oversteken, toch? In Groningen geldt dat niet, er wordt gewoon doorgepompt.

Maar ik kan bij twijfel niet ‘gewoon’ doorleven. Ik kan mijn kop niet in het zand steken, want het gaat om mijn veiligheid. Veiligheid waarmee gespeeld wordt, waarmee risico’s genomen worden. Niet door mijzelf, maar door anderen. Terwijl het licht op rood staat. Maar de mensen die de gaskraan bedienen zijn kleurenblind.

En dat verscheurt me nog het meest.

Heb je wel eens een aardbeving gevoeld?

Deze vraag krijg ik regelmatig. En elke keer val ik weer stil. Hoe kun je dit vragen aan iemand die midden in het gaswinningsgebied woont. Midden op de gasbel die Nederland zo rijk gemaakt heeft en Groningen zo arm. Natuurlijk heb ik wel eens een aardbeving gevoeld, niet één maar een heleboel. En ik heb er veel meegemaakt die ik niet gevoeld heb, maar die er wel waren.

Eigenlijk doet het er niet toe hoe een aardbeving voelt, netzomin als hoe een storm voelt. Waar het om gaat is wat de gevolgen zijn van die aardbeving of die storm.

wp-1483168742285.jpg

Gelukkig wordt de vraag naar de gevolgen ook wel eens gesteld. Dan vertel ik over hoe het onder je huid kruipt om te leven in onzekerheid en onveiligheid. Hoe onverteerbaar het is dat dit door het handelen van mensen komt. Dat de gaswinning in Groningen één groot experiment is, waar we als bewoners de ongevraagde proefpersonen in zijn. Dan valt mijn gesprekspartner langzaam stil en zegt: ik wist niet dat het zo erg is.

Ja, zo erg is het. Een aardbeving duurt maar een paar seconden, de gevolgen duren jaren en jaren. Tot ver na het einde van de gaswinning gaan de bevingen door, met alle ellende  van dien. Ik zal het niet meer meemaken dat de rust en de veiligheid in Groningen is teruggekeerd. Daarom is de vraag die ik mezelf het vaakst stel: hoe leef ik met de gevolgen en hou ik toch plezier in mijn leven?

Ik hoop in 2017 het antwoord te vinden.

 

De 30e Kerst sinds het begin van de aardbevingen

In 1986 vond in Assen de eerste aardbeving als gevolg van de gaswinning plaats. We vieren dit jaar de 30e Kerst sinds het begin van de aardbevingen. Ook al is de NAM het hier niet mee eens, want volgens hen was de eerste aardbeving pas in 1991. Er is een inmiddels volwassen generatie opgegroeid met bevingen. Voor hen is het ‘gewoon’ dat de grond trilt en beeft, ze weten niet beter. Maar leuk is anders.

Er is een nog jongere generatie die met steeds zwaarder wordende bevingen opgroeit. Die les krijgt in noodscholen, omdat de oude school niet veilig meer is. Die hun eigen angst weerspiegelt ziet in de ogen van hun ouders. Dat is de generatie die nu leert “wat te doen bij een aardbeving”. Rijkelijk laat, als je het mij vraagt.

En er is de generatie van vóór de gaswinning. Dat is de generatie die eerst Lees verder “De 30e Kerst sinds het begin van de aardbevingen”

“De burger begrijpt er de ballen van”

Wat hou ik daar toch van, van klare taal. Helemaal als het uit de mond van Herman Bröring komt, hoogleraar in het recht aan de Universiteit van Groningen. Hij zegt dit op de persconferentie bij de presentatie van het onderzoek: “De governance van de afhandeling van mijnbouwschade.”

Daar begint het bij mij al, bij het woord ‘governance’, daar begrijp ik nou echt geen bal van.

Toch maar eens kijken waar het onderzoek over gaat. Kennelijk gaat het over de afhandeling van de aardbevingsschade in Groningen. Dat schijnt nogal ingewikkeld te zijn. Uit het onderzoek blijkt dat er acht (8) organisaties nodig zijn voor het herstel van de schade. Waarom dat er zoveel zijn begrijp ik ook niet. Ik noem ze even op:

Arbiter Bodembeweging
Centrum Veilig Wonen
Commissie Bodemdaling
Commissie Bijzondere Situaties
Ministerie van Economische Zaken
NAM
Nationaal Coördinator Groningen
Onafhankelijke Raadsman

Er zijn dus acht (8) verschillende loketten. Waarbij volstrekt onduidelijk is bij wie je waarvoor moet zijn en wanneer. Die acht (8) loketten zijn bovendien dol op verwijzen.

Zo verwijst de NAM graag Lees verder ““De burger begrijpt er de ballen van””

Groningen, je moet er geweest zijn om erover mee te mogen praten

Op een zonnige herfstdag staan er twee jongemannen voor mijn deur. Ze vragen of ze een foto van mijn huis mogen maken. Hoezo, vraag ik wantrouwend, er wordt hier al veel te vaak gefotografeerd. Eerst had je Arub die in opdracht van de NAM mijn huis fotografeerde. Ze namen foto’s van de voorkant en concludeerden dat er aan de achterkant geen schade was. Daarna kwam de aardbevingsauto van Horus. Met infraroodcamera’s keek die in de muren van mijn huis om de constructie te inspecteren. Allemaal zonder mijn toestemming.

Ik zaag de twee jongemannen door: waarvoor, voor wie, waarom. Toch niet voor de NAM, vraag ik expliciet. Nou nee, zeggen ze, maar wel voor de NCG. “Voor de medewerkers van de NCG die nog nooit in Groningen zijn geweest”, lichten ze toe. Ik val van verbazing van mijn stoepje. Pardon, bestaan die dan? De NCG is toch die organisatie die gaat over hoe onze huizen versterkt moeten worden, over wat het beste is voor ons Groningers. En ze zijn hier nog nooit geweest?

animal-1839489__340
Inderdaad ja, en daarom hebben ze deze twee aardige jongemannen gevraagd foto’s te maken van Groningen. Zodat ze weten waar ze het over hebben als ze hun rapporten over ons schrijven.

Hoewel ik blij verrast ben dat de jongemannen mijn toestemming vragen om foto’s te maken, zeg ik toch NEE. Je moet je kans grijpen als je hem kunt pakken. Maar ik zeg JA tegen de medewerkers van de NCG die het aandurven hun veilige kantoor te verlaten en zich in het hol van de leeuw te wagen. De koffie staat klaar.

Groningen, je moet er geweest zijn om erover mee te mogen praten.