Over roeptoeters en geldwolven

Afgelopen weekend waren er drie aardbevingen, waarvan twee in Westeremden. Weer zijn de bewoners opgeschrikt en weer is er schade. Zo gaat het al jaren in Groningen en zo zal het nog jaren doorgaan, ook als de gaskraan dichtgedraaid is.

Over dat laatste is op het moment veel te doen. Jan en alleman roept om het hardst dat de gaskraan open moet blijven(de Mijnraad). Dat we in Europa vanwege de oorlog met Oekraïne geen Russisch gas meer moeten kopen en dat het daarom zonde is aardgas in de Groninger bodem te laten zitten in plaats van het te verkopen aan Duitsland. Dat de Groningers ruimhartig gecompenseerd moeten worden (voor wie in sprookjes gelooft) en dat…

Het lijkt wel alsof de oorlog in Oekraïne een vrijbrief is voor lieden die het altijd al onzin hebben gevonden, dat gezeur en gemekker van ‘die’ Groningers over de scheurtjes in hun huizen, en die aardbevingen van niks. Kijk naar landen als Japan en Indonesië, daar heb je pas aardbevingen, daar vallen doden bij. Stelletje aanstellers zijn het in Groningen.

We zijn hier wel wat gewend aan schofferingen. Maar toch vind ik het deze keer extra schokkend dat onze veiligheid weer weggestreept wordt tegen belangen die ‘zwaarder’ wegen. Als die belangen het redden van de levens van de Oekraïners zou betreffen, kon ik dat nog begrijpen. Maar daar gaat het de roeptoeters en geldwolven van deze wereld niet om. Ze willen er vooral zelf warmpjes bij zitten. Ikke, ikke, Groningen kan stikken. En Oekraïne ook.

Onverwachte gevolgen

Eigenlijk kan ik het nog steeds niet, schrijven over de Groningse gaswinningsellende terwijl de oorlog in Oekraïne voortduurt. Wat Poetin doet is zo erg dat alles erbij in het niet valt. Maar ik merk dat níet schrijven me geen goed doet. Om overeind te blijven moet ik van me afschrijven, moet ik woorden geven aan mijn eigen leed en dat van duizenden Groningers met mij.

Na mijn blog over de donatie van mijn smartengeld aan giro 555 ben ik door de media bestookt met vragen om interviews. Gingen die de eerste dagen vooral over de donatie zelf, na een paar dagen verschoof het accent naar de vraag of de gaskraan verder open moest.

Ik kreeg het er benauwd van, van die vraag. Wist ik veel wat er nu met de gaskraan moet nu de wereld (bijna) in brand staat. Dat moet je mij niet vragen, vraag dat aan de mensen die daarover gaan. Ze schijnen in Den Haag te zitten.

Ik heb ze allemaal afgehouden, hoe sterk sommige journalisten ook aandrongen. Het was een nare ervaring, ik ging me een prooi voelen waar de media-aasgieren zich gretig aan tegoed wilden doen.

Gelukkig maakten alle hartverwarmende reacties die ik heb ontvangen na mijn donatie, dit helemaal goed. Slava Ukraini!

Slava Ukraini!

Ik kan het niet meer, schrijven over de Groningse gaswinningsellende. Nu Poetin Oekraïne aan het vernietigen is, is alles in een ander daglicht komen te staan. Er is oorlog in Europa. Mensen gaan dood, mensen zijn op de vlucht, kinderen worden geboren in schuilkelders, vaders nemen afscheid van hun vrouw en kinderen met een grote kans dat ze sneuvelen in de oorlog. Mensen houden tanks tegen met hun blote handen.

En ik zit me in Groningen druk te maken over het versterken van mijn huis en over de stress die me dat geeft. Het is opeens allemaal zo onbelangrijk geworden. Zelfs de discussie over het al of niet opendraaien van de gaskraan boeit me niet meer. Twee weken geleden zou ik er nog een boos blog over geschreven hebben. Nu niet meer. Als het de mensen in Oekraïne het leven kan redden zeg ik: draai die kraan maar open.

Gisteren ontving ik smartengeld, om het leed dat de gaswinning veroorzaakt te vergoeden. Het is een fiks bedrag. Twee weken geleden zou ik er blij mee geweest zijn. Nu niet meer. Ik heb het overgemaakt naar giro 555, omdat het leed van de mensen in Oekraïne onnoemelijk veel groter is dan mijn leed.

Slava Ukraini! Glorie voor Oekraïne!

RTVNoord heeft me geïnterviewd naar aanleiding van dit blog. Het is hier te lezen.