Het juk om mijn nek

Ik praat mijn familie uit het westen bij over de ‘toestand in Groningen’. Na een uur vraag ik: “Hebben jullie er al genoeg van”? Nee, zeggen ze, ga maar door, we zijn verbijsterd over wat je vertelt, dat het zo erg is wisten we niet. Daar lees je niets over in de krant.

animal-2887950_1920Ik vertel verder en merk dat ik nog dagen lang door zou kunnen gaan. De toestand in Groningen laat zich niet in één, twee of drie uur vertellen. Nog los van het feit dat ik dat zelf niet opbreng. Ze luisteren aandachtig, stellen goede vragen, leven mee, uiten hun ongeloof en verontwaardiging. Ik wil met ze delen hoe groot het onrecht is dat ons wordt aangedaan. Omdat ze mijn familie zijn, omdat ik ze nodig heb om de lange strijd om gerechtigheid vol te houden.

“Kan je vertrouwen in de overheid nog hersteld worden?” vragen ze. Ik: ‘Ja, door een groots gebaar van de overheid. Een met miljarden gevuld fonds, denk aan de coronamiljarden. Maar dat gaat niet gebeuren’.

Terwijl ik dit zeg, voel ik de uitzichtloosheid mijn keel dichtknijpen. Wat ik écht wil, wat ik nú wil, is bevrijd worden van het zware juk dat ik al jaren meetors. Ik wil dat deze ellende over is. Ik wil mijn leven terug, ik wil mijn zorgeloosheid terug. Ik wil de zeggenschap over mijn huis terug en vooral: ik wil het met mijn familie over heel andere dingen hebben dan die ellendige gaswinning.

Ik val stil, terwijl het onweer boven onze hoofden losbarst.

Niets bijzonders

Drie maanden lang heb ik mijn mond gehouden. Tot vandaag. Vanochtend hoorde ik in huis een deur dichtslaan. Raar, er was nog niemand op, behalve ikzelf. Spoken in huis of…? Jawel, de zoveelste aardbeving, de zoveelste fact of life. Ik schrik er inmiddels niet meer van, behalve als mijn huis kraakt en piept, dan wel. Maar vandaag was het ‘alleen’ het geluid van een dichtslaande deur. Niets bijzonders.

hinged-doors-2770571_1920En toch zit ik nu weer te schrijven, heeft in mij zich iets geroerd. De woorden zijn uit hun schuilplaats te voorschijn gekomen, er moet weer wat gezegd worden. Over hoe ik mijn best doe òm de aardbevingen heen te leven, over hoe ik probeer mezelf met leuke dingen af te leiden van de Groningse realiteit. Over hoe die realiteit zich gewoon aan blijft dienen als, ja inderdaad, een fact of life.

Aardbevingen nemen vele vermommingen aan. Soms de vorm van een onweersklap, een langsrijdende vrachtwagen of een dichtslaande deur. Alledaagse geluiden die bij het leven horen. Behalve in Groningen waar het alledaagse gevormd wordt door het meest onalledaagse dat er is: aardbevingen.

Vandaag lukt het me niet mezelf af te leiden. Ook dat is niets bijzonders.

Wandel mee met Bé

Wat ben je toch een boffer als je in Loppersum woont. Vergeet de aardbevingen, vergeet de kapotte huizen en vergeet de duizenden schades die pas in 2030 afgehandeld worden. Het doet er allemaal niet meer toe, want we kunnen nu ‘uit wandelen met Bé’. Als ik wandel, doe ik dat altijd met mijn hond, maar in Loppersum, oh mijn Loppersum kun je nu ook wandelen met de wethouder en die heet toevallig Bé. Vandaar.

boots-314411_1280Bé houdt van vette klei, dus de kaplaarzen moeten aan. Ook houdt hij van slecht weer, want: ‘Dan kun je met de koster praten over wat hij ziet en meemaakt’. Waarom je alleen bij regen een koster tegenkomt en niet bij zonneschijn is me een raadsel, maar Bé zal er wel verstand van hebben, hij is wethouder tenslotte.

Bé: ‘Door die wandelingen komen we dichter bij onze inwoners te staan’. Dat is zijn grootste wens, hij wil samen met jou en mij, op kaplaarzen in de regen in de vette klei dichtbij ons zijn. Iedereen die wel eens op kaplaarzen in de regen in de vette klei gewandeld heeft, weet hoe verbroederend dit werkt, hoe je een warm samengevoel krijgt en vrienden wordt voor het leven. En dat is wat Bé wil, vrienden worden voor het leven met alle 9.800 inwoners van Loppersum. Wat zijn we toch een ongelooflijke boffers.

Nu maar hopen dat die beloofde, hele zware aardbeving nog even op zich laat wachten.