Niets bijzonders

Drie maanden lang heb ik mijn mond gehouden. Tot vandaag. Vanochtend hoorde ik in huis een deur dichtslaan. Raar, er was nog niemand op, behalve ikzelf. Spoken in huis of…? Jawel, de zoveelste aardbeving, de zoveelste fact of life. Ik schrik er inmiddels niet meer van, behalve als mijn huis kraakt en piept, dan wel. Maar vandaag was het ‘alleen’ het geluid van een dichtslaande deur. Niets bijzonders.

hinged-doors-2770571_1920En toch zit ik nu weer te schrijven, heeft in mij zich iets geroerd. De woorden zijn uit hun schuilplaats te voorschijn gekomen, er moet weer wat gezegd worden. Over hoe ik mijn best doe òm de aardbevingen heen te leven, over hoe ik probeer mezelf met leuke dingen af te leiden van de Groningse realiteit. Over hoe die realiteit zich gewoon aan blijft dienen als, ja inderdaad, een fact of life.

Aardbevingen nemen vele vermommingen aan. Soms de vorm van een onweersklap, een langsrijdende vrachtwagen of een dichtslaande deur. Alledaagse geluiden die bij het leven horen. Behalve in Groningen waar het alledaagse gevormd wordt door het meest onalledaagse dat er is: aardbevingen.

Vandaag lukt het me niet mezelf af te leiden. Ook dat is niets bijzonders.

Advertenties

Wandel mee met Bé

Wat ben je toch een boffer als je in Loppersum woont. Vergeet de aardbevingen, vergeet de kapotte huizen en vergeet de duizenden schades die pas in 2030 afgehandeld worden. Het doet er allemaal niet meer toe, want we kunnen nu ‘uit wandelen met Bé’. Als ik wandel, doe ik dat altijd met mijn hond, maar in Loppersum, oh mijn Loppersum kun je nu ook wandelen met de wethouder en die heet toevallig Bé. Vandaar.

boots-314411_1280Bé houdt van vette klei, dus de kaplaarzen moeten aan. Ook houdt hij van slecht weer, want: ‘Dan kun je met de koster praten over wat hij ziet en meemaakt’. Waarom je alleen bij regen een koster tegenkomt en niet bij zonneschijn is me een raadsel, maar Bé zal er wel verstand van hebben, hij is wethouder tenslotte.

Bé: ‘Door die wandelingen komen we dichter bij onze inwoners te staan’. Dat is zijn grootste wens, hij wil samen met jou en mij, op kaplaarzen in de regen in de vette klei dichtbij ons zijn. Iedereen die wel eens op kaplaarzen in de regen in de vette klei gewandeld heeft, weet hoe verbroederend dit werkt, hoe je een warm samengevoel krijgt en vrienden wordt voor het leven. En dat is wat Bé wil, vrienden worden voor het leven met alle 9.800 inwoners van Loppersum. Wat zijn we toch een ongelooflijke boffers.

Nu maar hopen dat die beloofde, hele zware aardbeving nog even op zich laat wachten.

Gasgijzeling

b77a06332cc9f75d39af548e47796a28507799f7Ik lees Gasland – Nederland wordt wakker geschud, het net verschenen boek van Louis Stiller. Sinds 2010 woon ik in het hart van de Groninger gasregio. Ik had geen idee wat me te wachten stond, geen makelaar die me vertelde over de gaswinning en de aardbevingen. Ik ben niet de enige, lees ik in Gasland, Stiller zelf en anderen wisten het ook niet.

“We wonen niet in Nederland, we wonen in Gasland. Bevingen, schadeherstel en versterkingen gijzelen de levens, woningen, het landschap en de toekomst van honderdduizenden Groningers”.

Stiller introduceert het woord gasgijzeling en dat woord komt hard bij me binnen. Verdomd zo is het, we zijn met z’n allen gegijzeld. Hoe hard we ook op de muren bonken, hoe we ook gillen en roepen, in hongerstaking gaan of onze gijzelnemers dwars proberen te zitten, er komt niemand om ons te bevrijden. Logisch, want er zijn in dit drama alleen maar ‘bad guys’: de NAM, de Shell en de Staat. Tegen zoveel overmacht kan niemand op.

Het boek bestaat uit drie delen: Bevingsland; Hoe Nederland Gasland werd en Gasland voorbij. Ik heb alleen deel één nog maar gelezen, er is dus nog hoop. “Ergens moet een uitweg zijn” citeert Stiller de eerste zin van een lied van Bob Dylan. De laatste zin luidt: “Twee ruiters kwamen nader, de wind woei op volle kracht”. Dat moeten de ‘good guys’ zijn.

Ik lees gauw verder, want hulp is onderweg.