Volgordelijkheid

037f5ef8-18bb-4e64-8b16-bf6dc2e32460Dankzij Camiel Eurlings heb ik op de tweede dag van het nieuwe jaar al een nieuw woord geleerd: volgordelijkheid.
In de publieke excuses die hij maakt over het mishandelen van zijn (ex)vriendin schrijft hij: “De versies over de volgordelijkheid verschillen”. Hiermee twijfel zaaiend over wie er begonnen is. De ongepastheid hiervan spreekt voor zich.

Het woord volgordelijkheid laat me niet meer los. Kennelijk liggen volgordes veel minder vast dan ik altijd dacht. Het gevolg is dat ik nu opeens van een heleboel zaken niet meer zeker ben. Valt Nieuwsjaarsdag vóór of ná Oudejaarsdag? Komt zonneschijn echt ná regen of toch ervóór? Vallen vuurwerkslachtoffers vóór of ná het afsteken van vuurwerk? Komt berouw eigenlijk wel ná de zonde?

Net bijgekomen van de oliebollen en de drank ben ik in één klap klaar voor het nieuwe jaar. Een jaar waarin volgordelijkheid mijn leidraad zal zijn. Een jaar waarin ik op zoek ga naar het antwoord op vragen als:

  • Is de mijnbouwschade in Groningen begonnen vóór of ná het begin van de gaswinning?
  • Moeten Groningse huizen vóór of ná de sloop versterkt worden?
  • Moet de gaswinning gestopt worden ná of vóórdat Groningen van de kaart geveegd is?

Volgordelijke vraag van een lezer: 

  • Moet het meet- en regelprotocol kloppend zijn vóór of nà de teloorgang van alle Groninger erfgoed?

Oproep: heeft u nog volgordelijke vragen over de gaswinning, laat het mij weten. 

Het licht staat op rood in Groningen

Oh, wat had ik graag goede voornemens gemaakt voor dit kakelverse jaar. Wat had ik graag onbezorgd geroepen: ik ga een wereldreis maken of een moestuin beginnen. Maakt het uit, het leven is mooi en ik heb er zin in. De zorgen zijn voor morgen, ik leef nu.

Maar jammer genoeg kon ik geen enkel voornemen bedenken. Er kwam er wel eens eentje langs, maar ik liet hem nooit binnen. Geen belangstelling, zei ik dan. Geen tijd, te drukdrukdruk.

Maar dat is niet de hele waarheid, zelfs niet de halve. De waarheid is dat ik niet onbezorgd ben, maar verscheurd. Verscheurd omdat ik niet weet of ik in mijn huis, mijn thuis, veilig ben. Overleeft mijn huis alle aardbevingen van 2017. Overleef ik de aangekondigde schok van 5.0 Richter, terwijl mijn huis nog niet versterkt is. Overleeft mijn geliefde het? En mijn dieren? En mijn buren?
traffic-lights-242323__340

Ik weet het niet. Niemand weet het, dus hoe kan ik het dan weten. Niemand weet het, maar de gaswinning gaat ondertussen door. Bij twijfel niet oversteken, toch? In Groningen geldt dat niet, er wordt gewoon doorgepompt.

Maar ik kan bij twijfel niet ‘gewoon’ doorleven. Ik kan mijn kop niet in het zand steken, want het gaat om mijn veiligheid. Veiligheid waarmee gespeeld wordt, waarmee risico’s genomen worden. Niet door mijzelf, maar door anderen. Terwijl het licht op rood staat. Maar de mensen die de gaskraan bedienen zijn kleurenblind.

En dat verscheurt me nog het meest.

Groningen, je moet er geweest zijn om erover mee te mogen praten

Op een zonnige herfstdag staan er twee jongemannen voor mijn deur. Ze vragen of ze een foto van mijn huis mogen maken. Hoezo, vraag ik wantrouwend, er wordt hier al veel te vaak gefotografeerd. Eerst had je Arub die in opdracht van de NAM mijn huis fotografeerde. Ze namen foto’s van de voorkant en concludeerden dat er aan de achterkant geen schade was. Daarna kwam de aardbevingsauto van Horus. Met infraroodcamera’s keek die in de muren van mijn huis om de constructie te inspecteren. Allemaal zonder mijn toestemming.

Ik zaag de twee jongemannen door: waarvoor, voor wie, waarom. Toch niet voor de NAM, vraag ik expliciet. Nou nee, zeggen ze, maar wel voor de NCG. “Voor de medewerkers van de NCG die nog nooit in Groningen zijn geweest”, lichten ze toe. Ik val van verbazing van mijn stoepje. Pardon, bestaan die dan? De NCG is toch die organisatie die gaat over hoe onze huizen versterkt moeten worden, over wat het beste is voor ons Groningers. En ze zijn hier nog nooit geweest?

animal-1839489__340
Inderdaad ja, en daarom hebben ze deze twee aardige jongemannen gevraagd foto’s te maken van Groningen. Zodat ze weten waar ze het over hebben als ze hun rapporten over ons schrijven.

Hoewel ik blij verrast ben dat de jongemannen mijn toestemming vragen om foto’s te maken, zeg ik toch NEE. Je moet je kans grijpen als je hem kunt pakken. Maar ik zeg JA tegen de medewerkers van de NCG die het aandurven hun veilige kantoor te verlaten en zich in het hol van de leeuw te wagen. De koffie staat klaar.

Groningen, je moet er geweest zijn om erover mee te mogen praten.