Het verdriet van Wiebes

‘Dit is Nederlands overheidsfalen van on-Nederlandse proporties’ merkte minister Wiebes op toen hij het gasdossier overnam van minister Kamp. We spreken over 22 november 2017. Vandaag, 15 januari 2021 treedt hij af als Minister van Economische Zaken. Niet vanwege het feit dat hij het overheidsfalen in Groningen niet gestopt heeft. Maar vanwege zijn faalrol als voormalig staatssecretaris in de kinderopvangtoeslagaffaire.

Wat een integere man, zou je kunnen denken als je zijn afscheidsboodschap bekijkt. Hij worstelt met het ongekende falen van de rechtsstaat. Ik vermoed dat hij er ook buikpijn van heeft. Dat hij er verdrietig over is, heeft hij al uit en te na laten weten. Een man met gevoelens, daar hou ik wel van. Maar waar ik een hekel aan heb, is een politicus die de schuld buiten zichzelf legt: ‘De rechtstaat heeft gefaald’.

Ik zie hier een politicus met een lange staat van falen. Met de staart tussen zijn benen verlaat hij de politieke arena. Zo hoopt hij de Parlementaire Enquête Gaswinning te ontlopen. Want ook in het gasdossier heeft hij geen schone handen. En om ook daarover op het matje geroepen te worden is hem te veel. Van het idee alleen al wordt hij verdrietig. Echt heel verdrietig. ‘Het is een verdriet van on-Nederlandse proporties’, zegt hij er zelf over.