Gisteren bij de uitreiking van de Reuringprijs aan Annemarie Heite (proficiat!), beloofde de woordvoerder van de NAM dat vanaf nu “de oester open staat”. Uit de zaal klonk cynisch gelach.
Hoe zit dat eigenlijk met oesters? Ik ken het spreekwoord ‘zo gesloten als een oester’ en ik weet dat er heel soms een parel in gevonden wordt. Pas als de oester open staat, kun je zien of er een parel in zit, eerder niet.
De NAM-oester was tot nu toe hermetisch gesloten, dus de vraag is: zit er misschien een parel in? Het antwoord is, zoals verwacht, teleurstellend. In Nederland blijken helemaal geen pareloesters voor te komen. Dat wist de NAM natuurlijk, ze zijn daar niet gek. ‘De oester staat open’ is dus de zoveelste inhoudsloze kreet van de NAM.
De zaal had gelijk.
Maar er gebeurt ook iets anders, merk ik nu ik een weekend in Middelburg ben. Ik zoek naar scheuren in de muren, naar boze posters achter de ramen, en naar dichtgetimmerde panden, maar ik vind ze niet. Niemand heeft het over de gaswinning, niemand heeft gasbevingsschade.
Tot in de diepste vezels van mijn lijf zit ik sindsdien te hopen. Wat is de eerste stap die gezet wordt, welke knoop wordt doorgehakt, welk besluit genomen?