Met veel bombarie is Nederland onlangs verteld dat de gaswinning in Groningen afgebouwd gaat worden. ‘Hoera’, riep gans het land, dat probleem is opgelost. ‘Eerst zien, dan geloven’ riepen de Groningers in koor. En dat roepen we niet voor niets, want er zijn ons al zoveel wortels voorgehouden, dat we ezels zouden zijn als we dit zomaar zouden geloven.
Het jaar 2030 is nog heel ver weg, als je al sinds 2012 zit te wachten op een veiliger huis. Als je al tien inspecteurs, vijf constructeurs, twintig rapporten, vier woonbegeleiders, en drieduizend NAM-smoezen verder bent en je kinderen niet meer in hun eigen bed durven te slapen, want er zitten zulke grote scheuren in het plafond. Of als je al drie jaar in een container woont ter grootte van een kippenhok, en de NAM zijn handen van je afgetrokken heeft, en ook de gemeente de andere kant op kijkt.
En dat dan vervolgens Wiebes zegt dat je huis misschien, waarschijnlijk, vrijwel zeker toch niet veiliger gemaakt gaat worden. Want de gaswinning gaat naar beneden (wanneer?) en daardoor wordt je huis vanzelf veiliger (herstellen scheuren zichzelf?).
Wiebes: “Ik zou verbaasd zijn als er ook maar één Groninger is die het goed vindt dat zijn huis wordt platgegooid of versterkt als dat niet nodig is”.
Niet nodig, meneer Wiebes? De aardbevingen gaan gewoon door hoor, gisteren was alweer de 31e beving van dit jaar en het einde is nog lang niet in zicht, ook na 2030 niet.
Dus de vraag is: wie is hier de ezel?