Het juk om mijn nek

Ik praat mijn familie uit het westen bij over de ‘toestand in Groningen’. Na een uur vraag ik: “Hebben jullie er al genoeg van”? Nee, zeggen ze, ga maar door, we zijn verbijsterd over wat je vertelt, dat het zo erg is wisten we niet. Daar lees je niets over in de krant.

animal-2887950_1920Ik vertel verder en merk dat ik nog dagen lang door zou kunnen gaan. De toestand in Groningen laat zich niet in één, twee of drie uur vertellen. Nog los van het feit dat ik dat zelf niet opbreng. Ze luisteren aandachtig, stellen goede vragen, leven mee, uiten hun ongeloof en verontwaardiging. Ik wil met ze delen hoe groot het onrecht is dat ons wordt aangedaan. Omdat ze mijn familie zijn, omdat ik ze nodig heb om de lange strijd om gerechtigheid vol te houden.

“Kan je vertrouwen in de overheid nog hersteld worden?” vragen ze. Ik: ‘Ja, door een groots gebaar van de overheid. Een met miljarden gevuld fonds, denk aan de coronamiljarden. Maar dat gaat niet gebeuren’.

Terwijl ik dit zeg, voel ik de uitzichtloosheid mijn keel dichtknijpen. Wat ik écht wil, wat ik nú wil, is bevrijd worden van het zware juk dat ik al jaren meetors. Ik wil dat deze ellende over is. Ik wil mijn leven terug, ik wil mijn zorgeloosheid terug. Ik wil de zeggenschap over mijn huis terug en vooral: ik wil het met mijn familie over heel andere dingen hebben dan die ellendige gaswinning.

Ik val stil, terwijl het onweer boven onze hoofden losbarst.