Draai de gaskraan vandaag nog dicht

Krokodillentranen biggelden over de wangen van topambtenaren, politici en al die gasjongens en -meisjes die Groningen de vernieling in hebben geholpen. Ze hadden thuis voor de spiegel geoefend, met hun partner als coach. “Ja, Eric, goed zo. Kijk maar heel verdrietig en pink een traan weg uit je linker ooghoek. Zo kom je heel berouwvol over bij je verhoor door de enquêtecommissie gaswinning”.

Een onverwacht eerlijk antwoord kwam van een ExxonMobil bestuurder: “Hebt u ooit wel eens aan de bewoners gedacht?” ‘Nee, ik hield me alleen bezig met winstmaximalisatie‘. Duidelijke taal, onze veiligheid stond niet voorop. Dat wisten we natuurlijk al, we maakten het al jaren mee. Maar om het zo bevestigd te zien, komt hard aan.

We zijn in Groningen het vertrouwen in de overheid kwijt. Ze hebben het gas onder onze voeten weggehaald en er duizend aardbevingen voor teruggegeven. Het eindrapport van de enquêtecommissie zal aan ons wantrouwen niets veranderen. Het is goed dat de waarheid nu boven tafel is (al ligt er vast nog wel wat onder het tapijt), maar we wonen nog altijd in de onveiligste provincie van Nederland.

foto pixabay

We trekken het niet langer, er moet iets gebeuren. De gaskraan moet nu dicht. Niet in 2023 of 2024 maar vandaag nog, potdicht zodat hij nooit meer open kan. Ook niet als de hele wereld om Gronings gas smeekt. Bescherm ons tegen de dreiging van nog zwaardere aardbevingen, instortende huizen en doden.

De grond onder onze voeten zal nog jaren beven. Maar dan weten we dat het de laatste stuiptrekkingen van 60 jaar gaswinning zijn.

Aardbeving Wirdum 3.1 : was ik maar thuis geweest

Wakker worden in een B&B in Middelburg en dan ontdekken dat er een zware aardbeving is geweest in Wirdum, vlakbij het dorp waar ik woon. Als ik thuis was geweest was ik wakker geschrokken, had ik rechtop in bed gezeten met bonzend hart en was ik niet meer in slaap gevallen.

Maar nu, in het verre Zeeland, heb ik er niets van gemerkt. En toch ben ik van slag. Bijna net zo erg als wanneer ik hem wel gevoeld zou hebben. Want ik weet maar al te goed wat het met je doet, zo’n klap in de nacht. Het is een dreun waar je dagenlang van bij moet komen.

Sinds mijn huis in het voorjaar versterkt is, wordt me vaak gevraagd: voel je je nu veiliger? Mijn antwoord is dan: “Ik weet het niet, daarvoor moet ik eerst gevoeld hebben hoe mijn huis reageert op een zware aardbeving”.

Vannacht was er zo’n beving. Was ik nu maar thuis geweest.

Maar het zijn wel ónze stenen

Het zal 2019 zijn geweest. We zaten aan onze keukentafel, samen met de bouwbegeleider van de NCG en een constructeur. Voor ons op tafel lagen ingewikkelde tekeningen die duidelijk maakten dat ons huis ingrijpend versterkt moest worden: vloeren eruit, muren eruit, daken eraf, plafonds eruit. Er bleef weinig overeind staan.

We waren perplex. We hadden gevraagd om een versterking op maat. Ons huis is gemeentelijk monument en daardoor beschermd tegen de sloophamer. Maar dit leek toch verdacht veel op ‘slopen wat je slopen kan’.

© Jos Schuurman/FPS

We protesteerden. De bouwbegeleider stond aan onze kant. De constructeur begreep het probleem niet: “Alles is toch precies doorgerekend, u kunt toch zien dat die muur en dat dak niet veilig zijn? Dat het een monument is maakt niet uit, stenen zijn stenen”. We hebben hem bij kop en kont het huis uitgebonjourd.

Datzelfde had ik deze week graag gedaan bij de topambtenaren die het bij de enquêtecommissie alleen maar hadden over kille cijfers, eindeloze onderzoeken, dubieuze overleggen en zinloze rapporten. Ik had tegen ze willen schreeuwen: “Maar daar gaat het niet om. Het gaat om ons, om ónze stenen, ónze keukens, ónze woonkamers, ónze slaapkamers, ónze huizen”.

We hadden geen schijn van kans

De parlementaire enquête gaswinning is halverwege. Eén ding is me na deze twee-en-een-halve week kristalhelder geworden. Na Huizinge 2012 is het nooit over óns gegaan. Behalve als we werden weggezet als zeurders en klagers. Niet omdat we het zijn, maar omdat we in de weg stonden van de gasjongens.

De NAM en de Staat wilden zoveel mogelijk geld verdienen. Zo banaal ligt het en niet anders. Hoe luid we de afgelopen jaren ook van ons lieten horen, hoe vaak we ook op de Grote Markt hebben gedemonstreerd. Al hadden we er met een miljoen mensen gestaan, het had niks uitgemaakt. We waren niets meer dan hinderlijke vliegen op een smakelijke appeltaart.

Ik heb me de afgelopen jaren machteloos, opzij gezet en ten einde raad gevoeld. Nu weet ik: die machteloosheid was meer dan een gevoel, het was ook een feit. We zijn als Groningers willens en wetens machteloos gemaakt, omdat het voor de NAM en de Staat verdomd lastig is dat er mensen boven het gasveld wonen.

Ik heb eerlijk gezegd geen idee hoe ik hiermee in het reine moet komen.

Poes Teun vlucht voor Henk Kamp

Op 26 december 2014 schreef ik: En weet je dat jouw verstarring ons Grunnegers in onzekerheid en onveiligheid houdt? Dat wij verstarren in het niet weten wanneer de grote klap komt, in het niet weten of we daarna nog bestaan? Mijn woorden waren gericht aan minister Henk Kamp.

Vrijdag keek ik naar het verhoor met Kamp door de parlementaire enquêtecommissie gaswinning. Ik was vooral benieuwd of hij, bijna 8 jaar later, spijt zou hebben van zijn starre houding toen. Wat ik zag was een man die opgesloten zit in zijn eigen gelijk, die nog steeds niet door heeft wat hij ons Groningers aangedaan heeft, toen hij niet onze veiligheid maar de leveringszekerheid voorop zette.

Na een half uur was ik kapot. Ik was niet de enige. Poes Teun die op mijn schoot meekeek, verstopte zich van ellende onder de bank. Niet alleen de veiligste plek bij een zware aardbeving, maar ook op veilige afstand van de onverteerbare cijfer- en woordenbrij die Kamp uitbraakte.

Nee, Kamp is niets veranderd.