Kanonnenvoer, meer zijn we niet

We hebben het eerder meegemaakt. In 2013 werd de gaswinning ook verhoogd. We hadden het jaar daarvoor de zware aardbeving 3.6 Richter in Huizinge gehad, de beving die Nederland wakker schudde. Groningen zat serieus in de problemen door de jarenlange gaswinning, dit kon zo niet langer. De gaswinning moest naar beneden.

Maar wat deed minister Henk Kamp? Hij verhoogde de gaswinning, ondanks het dringende advies van het Staatstoezicht op de Mijnen om dat niet te doen. Woest waren we, we voelden ons vernacheld, geschoffeerd en belazerd. Waarom deed hij alsof er niets aan de hand was, waarom was hij blind voor de ingrijpende gevolgen voor ons.

En nou gebeurt, bijna tien jaar later, precies hetzelfde. De gaswinning wordt, met het einde in zicht, nog snel even verdubbeld, ook al maakt het Staatstoezicht zich zorgen over het grote aantal aardbevingen in 2021. En weer voelen we ons vernacheld, geschoffeerd en belazerd.

Het verschil met 2013 is dat de situatie in Groningen dramatisch verslechterd is. Er zijn honderden aardbevingen geweest. Pas 10% van de huizen die versterkt moeten worden zijn klaar. Er liggen nog 32.783 schademeldingen op de plank (wachttijd 203 dagen). Om over het aantal mensen dat ten einde raad is maar te zwijgen.

Het blijkt allemaal niet uit te maken. Ook in 2022 wil de overheid de gevolgen van de gaswinning niet onder ogen zien. We zijn niets meer dan kanonnenvoer, in een oorlog die niet te winnen is.

Aan tafel in bevend Fraamklap

 

20180129_142834_resized (2)

Wat ziet het er gezellig uit bij dit gezin uit Fraamklap. Hier wordt gewerkt, geleefd, gepraat en gedeeld. Ze hebben het goed samen en ze wonen prachtig. Met vrij uitzicht over het Groninger land.

Er komt een journaliste bij ze langs, Karin Sitalsing. Dat is niet toevallig, dat is zo afgesproken. Want dit gezin heeft een verhaal, het verhaal van duizenden Groningers. Aan deze tafel speelt zich een drama af, het drama van een leven in angst. Van kwijtraken wat je dierbaar is en onzekerheid over de toekomst.

Ze verwoorden het zo:
“Weg kunnen we niet. Aan de ene kant zou ik dat wel willen, heb ik geen zin meer in die dreigende onveiligheid. Tegelijkertijd hebben we hier ons sociale netwerk. Hier wonen we, hier komen we vandaan. Als we weggaan uit Groningen, zijn we geen Groningers meer”. 

Deze laatste zin raakt me, dit is precies de kern van het drama. Weggaan of blijven, in beiden zit verlies. Door weg te gaan, verliezen we ons Groningerschap, door te blijven verliezen we onze veiligheid. Een onmogelijke keus, een keus die je van niemand mag vragen. Behalve van Groningers kennelijk, want hier gelden andere regels en wetten dan in de rest van Nederland. En dat is misschien wel het allergrootste drama.

Verschenen in Trouw op 27 januari jl. in de rubriek ‘Aan tafel’.